Herdenken hoogst noodzakelijk

Burgemeester Gregor Rensen spreekt elk jaar een toespraak uit tijdens de Dodenherdenking op 4 mei. Dit jaar is de herdenking anders dan andere jaren, vanwege de maatregelen rond het coronavirus. De burgemeester heeft ook dit jaar een toespraak geschreven. Deze is hier te lezen. 

Herdenken hoogst noodzakelijk

Vanwege de corona maatregelen kan de Dodenherdenking op 4 mei niet op de gebruikelijke wijze plaatsvinden. Dat is erg jammer, omdat het jaarlijks een heel bijzonder moment is. Het moment waarop we jaarlijks in grote eensgezindheid stilstaan bij de slachtoffers van oorlogsgeweld in de Tweede Wereldoorlog en in de jaren daarna. We doen dit voor de overlevenden en voor de nabestaanden. Maar ook om stil te staan bij wat voor samenleving we met elkaar willen zijn. De nationale Dodenherdenking op 4 mei draagt bij aan onze collectieve herinnering aan een periode waarin vrede, vrijheid en veiligheid ver weg waren. In plaats daarvan was er onvrijheid, onderdrukking, volkerenmoord en rechteloosheid. Er was maatschappelijke ontwrichting en enorme materiële schade. Het maakt ons bewust van wat oorlog en dictatuur betekenen. Niet alleen de overlevenden en nabestaanden, maar iedereen die vrijheid en democratie willen. De Dodenherdenking heeft in de 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog ons collectieve bewustzijn verscherpt: nooit meer willen we oorlog, nooit meer willen we onder staatsterreur leven. Het is goed dat we één keer per jaar dat nog eens met elkaar bevestigen.   

De herdenking op 4 mei is aldus een moreel ijkpunt geworden voor wat voor soort wereld en samenleving we zouden willen creëren. Veiligheid en vrede staan daarin voorop. Economische samenwerking met andere landen in plaats van separatisme en nationalisme. Ontwikkelingshulp en armoedebestrijding voor armere landen in plaats van kolonialisme en overheersing. Mensenrechten en religieuze en democratische vrijheden vormen de maatstaf voor goed overheidsbestuur. Internationale ongelijkheid verminderen en schaarse grondstoffen in de wereld eerlijk verdelen. De kans op oorlog verminderen door de bewapeningswedloop om te buigen. Geen mensen meer die moeten vluchten voor geweld en onderdrukking. Kennis verspreiden en toegankelijk maken voor iedereen. Een wereldorde die uitgaat van samen problemen aanpakken in plaats van ieder land voor zich. 

Driekwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog kun je de vraag stellen wat die herdenkingen ons hebben geleerd. En hoe we dat collectieve bewustzijn, dat collectieve gedachtengoed ook in de toekomst in de praktijk kunnen brengen. Het aantal personen dat de Tweede Wereldoorlog nog bewust heeft meegemaakt, is immers zeer klein geworden. Ook de nabestaanden van de slachtoffers zijn nu drie generaties verder. De samenleving van nu is een heel andere dan 75 jaar geleden. We zijn gewend geraakt aan onze individuele vrijheid en autonomie. We stellen onze eigen normen. We houden niet meer zo van collectieve voorschriften of kuddegedrag, ook al doen we vaak hetzelfde als anderen. We willen ons onderscheiden van andere mensen. Het gemeenschapsgevoel lijkt niet meer de eerste levensbehoefte van de jongste generaties. En het besef en de angst voor oorlog lijken ver weg te zijn. Hoe kun je dat gedachtengoed aan wat we meemaakten tijdens de Tweede Wereldoorlog dan toch levend houden en uitdragen? Moeten we wel doorgaan met de jaarlijkse Dodenherdenking? En moeten we energie blijven steken in het betrekken van de jongste generaties bij die herdenking?

Voor mijzelf beantwoord ik die laatste vragen met een volmondig ‘ja’. Die vraag is 75 jaar na de oorlog zelfs relevanter dan ooit. We zien immers nog steeds veel ongelijkheid in de wereld, zelfs in ons eigen land. De toegang tot gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en banen is nog steeds niet voor iedereen gelijk. De internationale wapenverkopen nemen jaarlijks toe. Democratische verworvenheden brokkelen af, zelfs dichtbij in Europa. Mensenrechten worden nog steeds op grote schaal geschonden. In plaats van economische samenwerking zien we handelsconflicten groeien. Nationalistische opvattingen nemen toe. En autoritair leiderschap wordt weer meer acceptabel geacht. Supranationale organisaties als de EU, de VN, de Wereldvoedselorganisatie of de Wereldgezondheidsorganisatie staan onder druk. En oorlogen en onderdrukking zijn de wereld nog lang niet uit. Religievervolging en mensenrechtenschendingen komen nog in diverse delen van de wereld voor, soms zelfs leidend tot genocide. Honger en armoede, oorlogsgeweld en dictatuur leiden tot grote vluchtelingenstromen in verschillende delen van de wereld. Het is niet meer ondenkbaar dat de wereld opnieuw op een wereldwijd gewapend conflict met elkaar kan komen, als de huidige politieke leiders niet tot betere samenwerking willen en kunnen komen. Een schrikbeeld dat we na het einde van de Koude Oorlog lange tijd niet meer voor ogen hadden. 

Met de nationale dodenherdenking kunnen we de aandacht op deze zorgelijke ontwikkelingen vestigen. Maar dat is niet genoeg. Veel meer aandacht zal ook aan educatie, aan geschiedenisonderwijs en burgerschapsvorming gedaan moeten worden. Jongeren moeten hun stem kunnen laten horen. De ruimte daarvoor in ons onderwijssysteem en maatschappelijke instituties zal veel groter moeten worden. Vluchtelingen die nog recent oorlog en dictatuur aan den lijve hebben ervaren, zouden daarbij een grote rol kunnen spelen. Zodat ons collectieve bewustzijn van wat oorlog en internationale conflicten tot gevolg kunnen hebben, doorgegeven wordt. Zelf ben ik van na de oorlog. En dat wil ik graag ook gunnen aan de jonge generaties van nu. 

Bekijk hier video herdenken op 4 mei in de gemeente Brielle