Nederland Deugt

week 11 - 2017

Een buitenlandse socioloog die probeert de Nederlander te verklaren, moet welhaast voor een onmogelijke klus staan. Aan de ene kant veel mopperende, ontevreden en zelfs boze mensen die kritiek hebben op de politiek en op iedereen die verantwoordelijkheid draagt. Maar ook elkaar op de sociale media volledig verketteren. Verdraagzaamheid, tolerantie of gewone acceptatie van dat niet altijd goed kan gaan, lijken soms volledig verdwenen. Aan de andere kant neemt de onderzoeker van buiten een land waar, waar het verenigingsleven bloeit. Waar een enorm hoog percentage mensen vrijwilligerswerk doet en zich met grote passie en betrokkenheid inzet voor mensen, dieren en natuur in nood en/of als vrijwilliger bijdraagt aan het besturen en laten draaien van allerlei ideële organisaties en instituties die onze samenleving dragen. Een land met inwoners die soms een enorme hekel lijken te hebben aan alles wat uit het buitenland komt. Tegelijkertijd een volk dat als geen ander grif doneert als er ergens op de wereld weer een ramp heeft plaatsgevonden en in vergelijking met veel andere landen ruimschoots ontwikkelingshulp geeft.  

Daarom is het niet zo zwart wit zoals de oppervlakkige waarnemer wel zou kunnen denken. En ook de verwarring die bij de onderzoeker zou kunnen ontstaan voelen wij als Nederlanders niet of nauwelijks. Wij zijn aan die tegenstellingen gewend geraakt. Het mopperen vinden wij gewoon mondigheid; de heftige kritiek op de bestuurlijke elite beschouwen we als vrijheid van meningsuiting. Wij vinden het ook heel gewoon dat iedereen een steentje bijdraagt aan de samenleving en een beetje omkijkt naar elkaar. Ons gezamenlijke waarden- en normenstelsel is nog redelijk coherent en consistent – zelfs als je wieg niet in Nederland stond of als je toevallig uit ouders met een niet-christelijke religie bent geboren. Wel mag er op het gebied van fatsoenlijke omgangsvormen en gematigdheid in alles wat je doet in het leven nog wel wat extra onderhoud gepleegd worden. Want iets minder heftig naar elkaar doen en iets meer vertrouwen hebben in onze systemen zou het samen-leven misschien wel een stukje prettiger kunnen maken. Doe normaal, dat vinden we heel normaal!

Die fijne kant van Nederland heb ik afgelopen vrijdag en zaterdag weer ondervonden. Vanwege NL Doet – dat jaarlijks door het Oranjefonds georganiseerd wordt – heb ik samen met vele andere vrijwilligers weer meegeholpen bij enkele vrijwilligersorganisaties. Vrijdagochtend bij het Catharina Gasthuis en zaterdagochtend bij het Vrijheidsbos. Ondanks de fysieke inspanningen – als je een paar uur in de zware kleigrond van het Vrijheidsbos hebt gewerkt voel je daarna je spieren wel – gaf het meedoen aan NL Doet een mooi gevoel. Samen met een aantal anderen, grotendeels onbekenden, een klus klaren en dat in grote harmonie voor elkaar krijgen: ik word daar wel blij van.

Op het moment dat ik dit schrijf is de verkiezingsuitslag nog niet bekend. Of het populisme de overhand krijgt, is dus nog de vraag. Of normen en waarden een grote rol spelen in de verkiezingsuitslag weten we ook nog niet. Op basis van NL Doet durf ik echter te stellen dat de Nederlanders in grote meerderheid nog steeds saamhorig zijn, niet van koude drukte houden, de handen uit de mouwen steken, opkomen voor kwetsbare mensen en vrijwilligerswerk in hun genen hebben zitten. Daar zal geen verkiezingsuitslag snel iets aan veranderen. Nederland Doet niet alleen, maar Nederland Deugt ook nog eens.

Daar mogen we trots op zijn!