Leve de griffier!

week 24 - 2016

Op het jaarlijkse VNG congres van vorige week stak minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de lofzang over raadsleden. Hij herinnerde de 2600 congresgangers nog even aan de invoering van het dualisme in de lokale politiek, al weer 14 jaar geleden. Het dualisme betekende kort samengevat de scheiding tussen de verantwoordelijkheden van het College van B&W en die van de Gemeenteraad. Tot 2002 liepen in de lokale politiek de bevoegdheden van College en Raad nogal door elkaar. Wethouders waren zowel lid van het College als van de Raad.

Met het dualisme kreeg  gemeenteraad nieuwe controlerende bevoegdheden en instrumenten.  Zo kan ieder raadslid onderwerpen agenderen, is het vragenuur ingesteld en heeft de raad het recht op interpellatie. Met de Rekenkamerfunctie en de Raadsenquête kan de Raad bovendien bepaalde dossiers of besluitvormingsprocessen diepgaand en onafhankelijk  laten onderzoeken. De gemeenteraad stelt bovendien sindsdien de accountant aan die de gemeentelijke boekhouding controleert. Voor het College van B&W betekende het o.a. dat er een actieve informatieplicht van toepassing werd.  Alle raadsleden, dus niet alleen de coalitiefracties, moeten door de collegeleden dus uit eigen beweging, op tijd en adequaat worden geïnformeerd.

Of de dualisering heeft bijgedragen aan de verlevendiging van de lokale politiek wordt betwist. Zelf vind ik het absoluut een verbetering ten opzichte van de situatie voor 2002. Natuurlijk heeft het in sommige gemeenten geleid tot een sterke politisering en worden  wethouders en ook burgemeesters sindsdien vaker gedwongen tot aftreden. Ook zijn de verhoudingen tussen de fracties in sommige gemeenteraden om te snijden. Maar of de opsplitsing van fracties of de steeds ruwere omgangsvormen het gevolg zijn van de dualisering of van de algemene verruwing van de maatschappelijke en politieke omgangsvormen in de laatste 15 jaar is de vraag. Ook raadsleden zijn immers een afspiegeling van de samenleving.

Minister Plasterk was opgetogen over de rol van raadsleden, die sinds de dualisering en sinds de decentralisaties veel meer verantwoordelijkheden voor hun kiezen hebben gekregen. Dat is absoluut waar. Een gemiddeld raadslid besteedt wekelijks heel veel vrije tijd aan het raadslidmaatschap. Het is niet alleen de vergadertijd en de vergaderstukken lezen, maar sinds de dualisering vooral ook het actief onderhouden van contacten met inwoners en maatschappelijke organisaties. Meer tijd moet ook worden besteed  aan regionale samenwerkingsverbanden en aan het doorgronden van steeds complexer wordende dossiers. Minister Plasterk zegde dan ook toe om te onderzoeken of de financiële vergoeding voor raadsleden niet omhoog zou moeten, gelet op die toenemende tijdsinspanning en verantwoordelijkheid.

Wat mij betreft heeft hij één belangrijke schakel voor een goed functionerende lokale democratie onbenoemd gelaten. Dat is namelijk de functie van de raadsgriffier, die ook in 2002 werd ingevoerd. De raadsgriffier en medewerkers van de raadsgriffie vormen de noodzakelijke steun en toeverlaat voor raadsleden en zorgen bovendien voor een ordentelijke organisatie en voorbereiding van raadscommissies en raadsvergaderingen. Niet alleen voor raadsleden is de griffier een belangrijke adviseur en steunpilaar, ook voor de voorzitter van de raad – de burgemeester – en voor de gemeentesecretaris. Die functie krijgt in mijn ogen niet altijd de waardering die hij verdient. Er lijkt in de afgelopen jaren zelfs sprake van een mindere waardering van de functie.  Zeer onterecht! Daarom is bij alle waardering voor de rol van raadsleden en versterking van hun positie ook zeker de rol van de griffier aan waarderende bevestiging toe. Leve de griffier derhalve!