Goed erfgoed

week 4 - 2016

Op 26 januari kreeg Brielle de onderscheiding overhandigd, het certificaat voor de erkenning van de Maskerade als nationaal immaterieel en cultureel erfgoed.
Ik ben erg trots op die mooie erkenning van deze langjarige Brielse traditie, jaarlijks op 5 december. Op die avond trekken gemaskerde groepen en individuen zwijgend langs het bordes van het stadhuis, waar het College van B&W deemoedig staat opgesteld. Met teksten en uitbeeldingen maken ze op een ludieke manier duidelijk wat men van de lokale politiek vindt. Ik zou iedere gemeente iets dergelijks toewensen!

Want ik denk dat je als lokale gemeenschap en als lokale bestuurders geen betere instrumenten kunt hebben om de lokale democratie vitaal te houden als de Maskerade. Voor de burgers van Brielle is de Maskerade een prachtige manier om het gemeentebestuur een spiegel voor te houden. Doet het bestuur wel de goede dingen? En doet het bestuur de dingen die het doet wel goed?

Voor de bestuurders van Brielle is de Maskerade een prachtige mogelijkheid om even in de spiegel te kijken. Want ze kunnen wel van zichzelf denken dat ze goed bezig zijn, maar dat valt dan toch wel weer wat tegen. Er zijn altijd weer meer gemaskerde groepen en meer onderwerpen die aan de kaak worden gesteld dan je van te voren dacht of hoopte. Maar nog erger is als je in het geheel niet aan bod komt.

Ik durf daarom de stelling wel aan dat de Maskerade een noodzakelijke, misschien zelfs wel betere, manier is om de bestuurders verantwoording af te laten leggen, dan alle planning en controle instrumenten van de gemeenteraad bij elkaar. Kun je je in de raadszaal nog verschuilen achter wollig taalgebruik, helaas verkeerd begrepen adviezen of je komt er mee weg als je zegt dat je de kritiek ‘meeneemt’, bij de Maskerade sta je al burgemeester of wethouder open en bloot op het bordes voor het raadhuis. Je hebt de milde spot maar te ondergaan en de hoon op de koop toe te nemen. Niet een maal, maar iedere keer opnieuw als de groepen of eenlingen weer voor je langs paraderen. Vooral blijven lachen, is het motto!

Blijkbaar vindt niet iedereen je even geweldig als je jezelf wel vindt. En dat is maar goed ook, want kritiek is één van de smeermiddelen van de lokale democratie. Eigenlijk vervult de Maskerade de rol die de hofnar al vervulde in de middeleeuwen, als kritisch adviseur van koningen en andere feodale heren.

Heel bijzonder is dat bij de Maskerade de kritiek zwijgend wordt uitgeoefend, met enkel op borden of plakkaten geschreven woorden of subtiele teksten. Mondelinge bejegening is namelijk uit den boze, het geschreven woord moet voor zichzelf spreken. In die zin staat de Maskerade hemelsbreed af van het ‘volksgebruik’ dat zich de laatste tijd landelijk heeft ontwikkeld, namelijk zo hard mogelijk met gebalde vuisten en met een gezicht vol agressie gemeentebestuurders schuttingtaal toeschreeuwen en afschuwelijke ziektes toewensen, liefst in groepsverband. Deelnemers aan dit moderne ‘volksgebruik’ gaan graag prat op ‘hun vrijheid van meningsuiting’, maar vergeten dat dit ooit op de machthebbers verworven burgerrechten ook een vorm van beschaving vereist. Om over humor en creativiteit maar niet te spreken!

Wij prijzen ons dus in Brielle gelukkig met de Maskerade. Op 5 december is het hier ieder jaar pas Sinterklaasavond als het ‘klaassielopen’ achter de rug is. Als de burgers naar huis gaan met het idee dat de bestuurders weer even subtiel, maar duidelijk te horen hebben gekregen wat hen wel en níet te doen staat. En als de bestuurders naar huis gaan met de gedachte dat “het gelukkig nog niet zo erg was als het had kunnen zijn”. En als voor iedereen geldt dat we weer erg hebben genoten van de creativiteit van de groepen en individuen die de moeite hebben genomen zich te vermommen en de kritiek in woord en beeld tot uitdrukking te brengen.

Wij zullen ons best doen deze mooie oude traditie nog vele jaren in stand te houden. Zolang er bestuur is in Brielle, zolang zal het ‘klaassielopen’ nodig en nuttig blijven.

Dank aan het Nederlandse Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, dank ook aan de Stichting Kunst en Cultuur, in het bijzonder Bram Poldervaart en Sander van ’t Verlaat, voor hun inzet om deze erkenning mogelijk te maken.