Wilhelmus

week 33 - 2017

Echt een onderwerp voor de komkommertijd zou je zeggen, al die aandacht voor ons nationale volkslied. Maar niets is minder waar, want inmiddels schijnt er ook serieus over gesproken te worden bij de kabinetsonderhandelingen. Het basisonderwijs moet meer aandacht aan het Wilhelmus gaan besteden, kopt het Algemeen Dagblad. Het lijkt erop dat de fractieleider van het CDA, Sybrand van Haersma Buma, die er in de campagnestrijd over  begon, zijn zin krijgt. Wie weet wat hij daarvoor aan de onderhandelingstafel heeft moeten inleveren? Maar daar lees je dan weer niets over.

Voor Brielle was al de aandacht een prachtige kans om ons stadsmuseum De Tachtigjarige Oorlog weer even voor het voetlicht te plaatsen. Museumdirecteur Marijke Holtrop heeft dat op een voortreffelijke manier gedaan, door via diverse landelijke media te laten weten dat het tekstboekje  met het volkslied voor slechts 50 cent in het museum te verkrijgen is. Chapeau voor die slimme publiciteitsactie. Het benadrukt bovendien weer eens dat als er ergens aandacht voor het Wilhelmus is, het wel in Brielle is. Want de tekst van dit 16e eeuwse gedicht gaat immers over het begin van de 80-jarige oorlog. De bevrijding van Brielle op 1 april 1572 was daarin van doorslaggevende betekenis.

In feite is het lied een soort apologie voor Willem van Oranje om duidelijk te maken dat het niet aan hem maar aan de Spaanse koning lag dat de Nederlanden in verzet  kwamen tegen de Spaanse landsheer. De overheersende opvatting is dat het lied is ontstaan rond 1570, maar over de preciese datering en ook over de schrijver wordt nog steeds volop discussie gevoerd (zie het recente boek van René van Stipriaan, Lof der Botheid, met een heel hoofdstuk over deze discussie).   

Ik vind het prima dat we aandacht besteden aan ons volkslied. Want de tekst is zonder historische kennis van de context vrijwel ondoorgrondelijk en de religieuze fragmenten worden al lang niet meer door iedereen gedeeld of begrepen. Er zit wel een gevaar in om het weer tot onderwerp van politiek debat te maken. Het volkslied is in het verleden wel geclaimd of juist bestreden vanuit politieke, nationalistische of religieuze bedoelingen. Daarom is het goed om de tekst niet letterlijk toe te passen op de huidige tijd en er zeker geen actuele politieke waarde aan te hechten, maar vooral de historische en symbolische betekenis  ervan te benadrukken. Die symbolische betekenis zegt iets over eenheid en verbondenheid. Ik hoop wel dat ook de kabinetsonderhandelaars er zo naar kijken.

Het volkslied heeft in mijn ogen vooral een verbindende functie, voor iedereen die hier woont of zich Nederlander voelt. Ook voor diegenen waarvan de roots elders liggen, die als vluchteling of arbeidsmigrant naar ons land zijn gekomen of over een dubbel paspoort beschikken. Die verbindende werking gaat overigens de laatste jaren best wel goed.  Ik kan ervan genieten om bij internationale sportwedstrijden de (veelal divers samengestelde) Nederlandse teams voor aanvang samen de nationale hymne mee te zien zingen, zoals recent nog bij de WK Atletiek of de EK vrouwenvoetbal.  Mooi is ook dat tegenwoordig alle spelers, speelsters en trainersstaf meezingen, dat was in het verleden wel anders. En ik voel en zie ook overal om mij heen trots als bij huldigingen de Nederlandse vlag omhoog gaat terwijl de muziek van het Wilhelmus klinkt. We zijn net zo blij om Sifan Hassan als om Daphne Schipper.

In Brielle zingen we het Wilhelmus officieel tenminste twee keer per jaar, bij de Aubade op Koningsdag en op 4 mei als we de Nationale Herdenking hebben. Het samen zingen van het volkslied drukt uit dat we samen Briellenaren zijn. Iedereen die in Brielle geboren is, hier is komen wonen of Brielle bezoekt zingt dan mee. Samen uitdrukking geven aan je trots om in dit geweldige land en in onze mooie gemeente  te leven en te werken, daar is helemaal niets mis mee.

Misschien dat ik de heer Van Haersma Buma moet uitnodigen om met ons mee te zingen.