Vlaggen

week 40 - 2018

U heeft het vast al gemerkt. Vanaf 1 oktober wapperen voor het Stadskantoor de Nederlandse en de Brielse vlag. Het rood-wit-blauw naast het wit-rood-wit. Een mooi en vrolijk gezicht. In ieder geval beter dan twee bijna altijd ongebruikte vlaggenmasten voor de deur. Slechts een paar keer per jaar wordt één van die masten gebruikt als er een lid van de koninklijke familie jarig is of bij heel bijzondere gelegenheden. Ik ergerde mij al een tijdje aan die futloze vlaggenpalen. Ze maken bij wind wel lawaai, maar staan verder vooral voor paal. Eerder dit jaar heb ik daarom aan de bel getrokken. Bij een Stadskantoor, per slot van rekening het centrum van de lokale overheid, hoort elke dag de vlag uit te hangen. Zoals bij veel gemeentehuizen al lang het geval is. 

Gelukkig was het College het met mij eens. Want hoewel het een simpel idee leek, had het nog wel wat voeten in aarde. In Nederland kun je namelijk niet zomaar permanent een nationale vlag van of voor een overheidsgebouw laten hangen. Op een camping of een voetbalveld, bij de plaatselijke snackbar of van een winkel, als je zoon of dochter geslaagd is, nooit is het een probleem. Als het om een overheidsgebouw gaat gelden er echter bijzondere regels. 

Wij kennen in Nederland namelijk het Nationaal Vlag Protocol. Een fraai voorbeeld van overleefde overheidsregulering denk je. Waarschijnlijk uit een tijdsgewricht dat gemeenten nog niet zelf mochten nadenken. En de informatievoorziening nog via postduiven verliep. Niets is echter minder waar. Het Protocol wordt ook heden ten dage nog strikt gehanteerd. De Minister-President bepaalt bij gelegenheid welke vlaginstructie uitgaat naar de diverse rijksinstanties in dit land. Gemeenten en provincies en andere overheidsorganen worden vervolgens door de Minister van Binnenlandse Zaken gevraagd deze instructies over te nemen. Bovendien is precies voorgeschreven hoe laat de vlag moet worden ophangen en weer neer moet worden gehaald. Een belangrijke voorwaarde is voorts dat wanneer je vlaggen niet iedere dag wilt hijsen en neerhalen, je ze gedurende de nachten moet verlichten. Aan die laatste voorwaarde is inmiddels met het aanbrengen van een paar spotlights in de straat voldaan. Daarmee kwam de weg vrij voor het ophangen van de vlaggen. 

Ik ben er blij mee. Niet eens zozeer omdat ik vind dat we de symbolische betekenis van de nationale vlag weer moeten versterken. Volgens mij wordt die door ons allemaal wel gevoeld. Dat zou overigens wel helemaal in de tijdgeest passen. De Tweede Kamer en een aantal gemeenteraden hebben zich onlangs sterk gemaakt om de nationale driekleur ook in de vergaderzalen te plaatsen. Voor mij gold vooral de wens het Stadskantoor beter kenbaar en zichtbaar te maken. Als gebouw waar de inwoners en bezoekers van Brielle voor hun dienstverlening terecht kunnen. En als symbool voor de zetel van het gemeentebestuur. En in de tweede plaats de wens om de oude stadsvlag van Brielle, het wit-rood-wit , op een prominente plek in de gemeente terug te plaatsen. Want hoewel we in Brielle terecht allemaal trots zijn op onze oude vestingstad en de gemeente als geheel, wappert nergens in de openbare ruimte de Brielse vlag. Dat is toch wel een rare situatie, waar volgens mij een einde aan moet komen.

Ik ben ervan overtuigd dat we met de vlaggen voor het Stadskantoor een breed gevoelde leegte opvullen. Iedere dag de vlag! Ik hoop dat u het waardeert.