Van grijs naar groen

week 21 - 2019

'Sterke toename vergrijzing in Brielle', stond er in april op de voorpagina van de Brielsche Courant. Het prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Het kleine artikeltje bleek gebaseerd op een website van een commerciƫle maaltijd-aan-huis verstrekker die uiteraard brood ziet in het toenemende aantal ouderen. De groei van het aantal thuisbezorgmaaltijden heeft in mijn ogen ook te maken met gemak waarvoor menig werkende tegenwoordig kiest, zeker nu de kwaliteit en voedzaamheid ervan beter zijn geworden.

Volgens de Brielsche Courant groeit het aantal 65+ ers in Brielle tot 2030 naar 29% van de bevolking en in 2040 naar 29,8%. Daarmee zou Brielle sterker vergrijzen dan de rest van Nederland. Alle reden om de alarmbellen te doen rinkelen. Toch is er geen reden tot paniek. Sterker nog: Brielle is al aardig bezig de trend van vergrijzing om te buigen. Bij niets doen zouden de gevolgen inderdaad groot kunnen zijn, met name voor onze voorzieningen en onze sociale infrastructuur. Bijvoorbeeld minder kinderen op onze scholen, minder jonge leden op verenigingen en een grotere drukte bij de zorgvoorzieningen. Ook zou het problemen kunnen geven voor het aantal vrijwilligers en de beschikbaarheid van arbeidskrachten voor onze lokale economie.

Zover hoeven we het niet te laten komen. Voor rampenscenario's hoeven we niet te vrezen. Brielle is in de regio de gemeente met relatief de grootste bouwambitie. Er liggen plannen klaar om tot 2030 nog circa 1850 woningen bij te bouwen. De ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Oude Goote met plek voor ruim 600 woningen heeft daarin een groot aandeel. De woningen worden mogelijk volledig energieneutraal door het toepassen van aardwarmte en zonnecollectoren. Met daarnaast het vele water en groen, zal de wijk een grote aantrekkingskracht hebben op jonge gezinnen.

Brielle ontwikkelt zich, mede door de relatieve veiligheid en rust en de steeds betere bereikbaarheid (Blankenburgtunnel), tot een gewilde, duurzame woonomgeving. Die jonge gezinnen zullen het aantal kinderen weer doen groeien. Bovendien weiger ik ouderen alleen als 'probleem' te zien. Als ik merk hoeveel gepensioneerden zich nu nog jarenlang met hart en ziel inzetten als vrijwilliger, kan de groei van het aantal ouderen misschien zelfs wel een zegen zijn. Zij hebben immers tijd om hun enorme ervaring en kennis in te zetten voor de samenleving en ook jonge ouders te ontlasten. Ik zie de demografische toekomst van Brielle dan ook met optimisme tegemoet. Alle toekomstvoorspellingen die vergrijzing als rampscenario voorzien, kunnen wat mij betreft dan ook met een korreltje zout genomen worden.