Referendum

week 7 - 2016


Nederland en referenda, het blijft tobben. In plaats van een referendum te zien als kans om de mening van de kiezers te peilen over belangrijke onderwerpen, en daarmee de democratie een dienst te bewijzen, leidt het veelal  tot gedoe en gezeur. Met het aanstaande referendum over het voorgenomen Europese Associatieverdrag met Oekraïne op 6 april ligt het niet anders. Ook daarover  liggen we zo te bakkeleien, dat niemand er meer trek in lijkt te hebben. Nog voor de uitslag bekend is, heeft het referendum het land al weer hopeloos  verdeeld. Als burgemeester krijg je er een punthoofd van, ook in Brielle. Want helaas ontkomen ook de gemeenten niet aan die felle discussies tussen voor- en tegenstanders van dit referendum.

Het leek allemaal zo makkelijk. Gemeenten hebben immers voldoende ervaring hebben met het voorbereiden van verkiezingen om dit referendum met gemak te kunnen faciliteren. En zoals we dat in Brielle gewend zijn, kwijten we ons nauwgezet  van deze taak. Maar toen begon het. Allereerst ontstond er landelijk gedoe over de bekostiging van deze extra taak. Niet iedere gemeente had namelijk voor de organisatie van dit referendum in de begroting geld gereserveerd. Verkiezingen worden namelijk pas  volgend jaar weer voorzien. De extra vergoeding die het Rijk de gemeenten in het vooruitzicht stelde, vonden de gemeenten te weinig. Die vergoeding moest dus – terecht – omhoog. Dat gebeurde, maar nog steeds schiet de rijksbijdrage volgens de gemeenten te kort. Onder protest ging de VNG niettemin akkoord.

Vervolgens kwamen de gemeenten voor een aantal uitvoeringskwesties te zitten. Want als je budget niet toereikend is, hoe kun je het referendum dan toch zo goedkoop mogelijk organiseren? Het ei van Columbus werd gevonden in het beperken van het aantal stembureaus. Verwacht wordt namelijk – op ervaring gebaseerd – dat de opkomst van de kiezers relatief laag zal zijn. Moet je dan wel alle stembureaus inrichten en bemensen? Die vorm van efficiënt denken was echter tegen het zere been van de voorstanders van het referendum. Meteen werden die  gemeenten via de sociale media bestookt met ernstige verwijten en dreigementen. Want de opkomst zou op die manier ernstig worden belemmerd en men zou de voorstanders van het verdrag met Oekraïne daarmee in de kaart spelen.

Toen kwam de volgende kwestie: gaan we verkiezingsborden plaatsen en hoeveel? Dat lijkt een makkelijke vraag, maar bleek ook goed voor veel discussie. Want wat komt er dan op die borden? Affiches van politieke partijen? Van allerlei actiegroepen die voor of tegen het Verdrag zijn? En welke groeperingen zijn dat dan? En hoe kunnen we ze benaderen en men hen wat praktische afspraken maken? Of blijven die borden straks toch nagenoeg leeg en worden ze door graffiti artiesten of allerlei vage groepjes voor hun missionaire boodschappen dankbaar gebruikt? En wordt het een bende? Uiteraard scheiden de meningen van voor- en tegenstanders van het Verdrag zich ook weer over deze vraag.

Wat Brielle betreft waren we er snel uit. We doen het gewoon zoals we het altijd met verkiezingen doen. Het aantal stembureaus is niet kleiner dan normaal en ook plaatsen we weer gewoon verkiezingsborden. Wel hebben we een kleine bezuiniging bewerkstelligd door het aantal vrijwillige stembureauleden te beperken tot 6 in plaats van 8 per stembureau, want we denken wel dat vanwege de opkomst er wat minder (tel)werk zal zijn. Dat scheelt vacatiegelden en een paar maaltijden. De oproepkaarten zullen wederom op tijd en zorgvuldig per post bezorgd worden bij alle 18-plussers. En in onze gemeenterubriek in Briels Nieuwsland, op onze gemeentelijke website en via facebook en twitter zullen we inwoners attenderen op het referendum. 

Of dat de Briellenaren zal verleiden om hun stem te laten horen bij het referendum zal moeten blijken. Daarover gaan ze gelukkig zelf!

Wat de opkomst en uitslag ook zal zijn, aan de gemeente Brielle zal het in ieder geval niet liggen!