Op visite

week 3 - 2016

Met een bos bloemen en een doosje bonbons en de koffer met de ambtsketen in de hand bel ik aan bij de familie Geldermans. Mijnheer doet na enige tijd open. “De burgemeester”, is het enige wat hij zegt. Ik kijk in een lange gang en zie ook mevrouw Geldermans aan komen lopen. “Van harte gelukgewenst met uw 65-jarige huwelijk” zeg ik als ik beiden een hand geef. Ik word naar de voorkamer geleid, die behoorlijk vol staat met meubels en ook enkele rollators. Ik overhandig de bloemen aan mevrouw en de bonbons aan meneer en herhaal nog maar eens mijn gelukwensen.

Mijnheer gaat thee zetten zodat ik even met mevrouw alleen ben. Even is het stil. Maar dan komt het gesprek al snel op gang als ik vraag of ze oorspronkelijk ook uit Brielle komt. “Nee”, zegt ze, “ik ben van Nieuwenhoorn. Maar we woonden aan de kant van Brielle en eigenlijk gingen we voor allerlei zaken al vaak naar Brielle. Hellevoetsluis was voor ons toen alleen die vesting, maar daar had ik niet zoveel mee op”.  Haar man is wel een geboren en getogen Briellenaar.

De eerste 7 jaar van hun huwelijk hebben ze ergens anders gewoond, maar daarna altijd op dit adres in de Voorstraat. Mijn hoofd rekent ondertussen: 1951 getrouwd, na 7 jaar naar de Voorstraat verhuisd, dus circa 1958. Dan wonen ze nu dus al zo’n 58 jaar op dit adres. Een enorme periode. “U woont hier mooi zeg ik. U kunt alles volgen wat er in Brielle gebeurt”. Dat wordt volmondig beaamd. “We zien hier alles langs komen, Sinterklaas, 1 April”, zegt ze glunderend. Toch klinkt er ook iets van heimwee. “Vroeger was het veel drukker.  Van de brug tot hier waren het allemaal winkeltjes, die zijn bijna allemaal weg. Ook de bus ging door straat, dus je had altijd veel leven”.

Het is niet heel erg warm in de voorkamer, zonder dat ik het koud heb.  Ik kijk een beetje om me heen. Een mooie cyclaam op tafel is die ochtend door de kerk gebracht. Mijnheer heeft ondertussen de thee gebracht en ook meldt zich de dochter van het echtpaar met slagroomgebak. Zij ontfermt zich over het boeket bloemen. Even later wordt nog een boeket bloemen bezorgd, ook van de kerk.

Mijnheer Geldermans vertelt dat hij altijd een schoenmakerij heeft gehad. De voorkamer waar we zitten was de winkel en schoenmakerij. De dochter wijst mij op het raam tussen de kamer en de gang. “Dat was de winkeltoonbank, toen was het open”, zegt ze. “Ik heb ook nog geprobeerd er schoenen bij te verkopen, maar dat kon ik tegenover al die goedkope schoenwinkels niet volhouden” voegt meneer Geldermans toe. Het vak van schoenmaker had hij van zijn vader geleerd. Later is hij conciërge bij de LTS aan de Van Sleen Straat geworden en nog later bij het Bahurim. Ook dat heeft hij met veel plezier gedaan.

De dochter wijst op de trouwfoto uit 1951, een mooi ingelijste zwart wit foto boven de schuifdeur. Mijnheer en mevrouw blijken zich ondanks hun hoge leeftijd nog behoorlijk goed zelf te redden. Ze koken nog zelf. Mevrouw: “Met de rollator lukt dat nog wel, en als ik moe wordt neemt mijn man het over”. Ik vraag of ze hulp hebben? Ja, huishoudelijke hulp voor een aantal uren per week. Dat gaat prima. Mevrouw doet nog zelf haar boodschapjes. “Ik kan nog net bij de Albert Heijn komen met mijn rollator. Maar als ze straks verhuizen, dan lukt mij dat niet meer”. Ze zou graag willen dat er een kleine supermarkt in de binnenstad blijft.

De wereld is wel een beetje klein voor ze geworden. Mijnheer ging altijd veel met de fiets erop uit, maar dat gaat niet meer. Hij is nu 91. Zijn vrouw is 87. Lezen doet ze niet veel, dus gaat ze ook niet naar de bibliotheek. Wel altijd op maandag een knutselgroep, om kaarten te stikken. En ze werkte veel in de tuin achter het huis. Mijnheer vertelt ineens over de oorlog. Hij was gedwongen  als arbeider naar Duitsland te gaan en heeft daar de bombardementen meegemaakt.  Even valt het weer stil.

Na een uur moet ik weg, want ik heb een vergadering van de Metropoolregio. We spreken af dat ik over 5 jaar weer op de stoep sta, als ze 70 jaar bij elkaar zijn.  Mevrouw geeft mij een dikke knipoog als ik dat zeg! Ze weet dat het niet vanzelfsprekend is om dat te bereiken. De dochter maakt nog een mooie foto van ons drieën. “Die mag best in de krant”, zegt mevrouw.

Als ik even later in de auto richting Den Haag zit denk ik nog even met een glimlach terug aan het bezoek. Mooie, lieve, bescheiden mensen dacht ik. Met weinig tevreden, maar wel gelukkig en redelijke gezond en al 65 jaar samen! Wie kan hen dat nazeggen? Mooi dat ik deze mensen nu een beetje heb leren kennen!