Kiezen, die burgemeester!

week 25 - 2016

Het was een grote oploop afgelopen maandag in het prachtige art deco kantoor van de voormalige Amerikaanse Petroleum Maatschappij in Den Haag. Meer dan 70 burgemeesters en 7 van de 12 Commissarissen van de Koning en de minister van BZK discussieerden daar over “De burgemeester van de toekomst”.

Een actueel thema, want er ligt al een tijdje een wetsontwerp om de functie van burgemeester uit de Grondwet te halen. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft daar ‘ja’ tegen gezegd. De Eerste Kamer aarzelt nog en wil eerst weten wat de gevolgen zijn voor de lokale democratie of de aanstellingswijze van burgemeesters, voordat zij het wetsontwerp in behandeling neemt. Het uit de Grondwet halen van de functie van burgemeester maakt immers de weg vrij om per eenvoudig wetsontwerp de wijze waarop die functie moet worden uitgeoefend en ook de procedure van aanstelling aan te passen. En dat doet sommigen vrezen dat de burgemeester een speelbal van politieke willekeur wordt en dus niet langer de “onpartijdige, onafhankelijke en bindende rol” in de lokale samenleving kan vervullen. Een rol die nu buitengewoon hoog gewaardeerd wordt, blijkt uit allerlei onderzoeken. De rol en de verantwoordelijkheden van een  burgemeester moeten natuurlijk wel wettelijk vastgelegd blijven om die handhavingstaken ook uit te kunnen voeren.

Zelf vind ik al vele jaren dat de wijze waarop de burgemeester benoemd wordt aanpassing verdient. Ik vind het namelijk verre van democratisch en niet meer passend bij deze tijd, dat de burgemeester nog altijd door de Kroon benoemd wordt. Niet alleen moet de invloed van de gemeenteraad en de lokale burgers op de verkiezing van de burgemeester groter worden, ook moet het proces van selectie en benoeming transparanter worden. De burgemeester, als hoogste bestuurder van een gemeente die primair werkt in en voor de gemeenschap die hij dient, moet  in mijn ogen benoemd worden door de gemeenteraad, na een verkiezing waarin de plaatselijke inwoners of de gemeenteraad  belangrijke invloed hebben. Dat kunnen directe verkiezingen zijn, waarbij de lokale kiezers uit een aantal personen kunnen kiezen, of indirecte verkiezingen waarbij de gemeenteraad de keuze maakt na een openbare verkiezingsprocedure waarbij ook kiezers hun zegje konden doen. Ook kan ik mij goed voorstellen dat de termijn van een burgemeester tot 4 in plaats van 6 jaar terugbracht wordt en dat het aantal termijnen wordt gemaximeerd op ten hoogste 2 periodes.

Dat is niet alleen een principieel standpunt, maar ook een standpunt dat volgens mij de positie en het functioneren van een burgemeester helderder en dus uiteindelijk ook gemakkelijker maakt. En daarmee ook de functie van de lokale democratie kan versterken. De burgemeester heeft in die situatie een duidelijk eigen mandaat, dat tegelijkertijd wordt beperkt door de bekorting en maximering van de aanstellingsperiode. Door goede afspraken te maken tussen burgemeester en gemeenteraad kunnen de bestuurlijke prioriteiten en verwachtingen worden bepaald en vastgelegd. Feitelijk zoals dat nu ook al gebeurt met het collegeprogramma, zij het dat de burgemeester daarop nu geen enkele inhoudelijke invloed heeft, terwijl hij er wel verantwoordelijkheid voor draagt.
De tegenstanders van een gekozen burgemeester – en die bestaat  naar wat ik zie in ieder geval uit het grootste deel van de beroepsgroep zelf– vrezen dat de burgemeester in dat geval te veel in de lokale politieke context gezogen wordt om zijn neutrale, onafhankelijke rol nog te kunnen vervullen. Een ander argument van de tegenstanders is dat een burgemeester met een eigen kiezersmandaat per definitie tegenover dat andere orgaan met een direct kiezersmandaat, de gemeenteraad, komt te staan en dat zou bestuurlijke chaos betekenen.

Tegenover die bezwaren zeg ik dat ook in het huidige regiem steeds meer burgemeesters voortijdig worden weggestuurd en de gemiddelde zittingsperiode nog maar 5,6 jaar is. De “bescherming” die de Kroonbenoeming zou bieden aan burgemeesters is dus een te romantisch beeld.

Enfin, de pogingen van alle Kabinetten van de laatste 20 jaar om de wettelijke positie van burgemeesters te veranderen, zijn gesneuveld. Van de doelgroep zelf zal de verandering niet komen, is mijn inschatting. De kans dat ook volgende Kabinetten zullen slagen is dus op zijn minst aan twijfel onderhevig. Dat zou wel erg te betreuren zijn! Ik mag dus hopen dat er een brede maatschappelijke discussie komt. En dat veel burgers zich gaan bemoeien met de vraag of zij wel of niet de burgemeester van de toekomst willen kunnen kiezen.