Greep op het sociale domein

week 8 - 2020

Vorige week publiceerde de Raad voor het Openbaar Bestuur het rapport Decentrale taak is politieke zaak. Over de rol van raadsleden bij de uitvoering van de jeugdzorg, ouderenzorg en participatiezorg. De conclusie is: gemeenteraden hebben niet of nauwelijks beleidskaders gesteld en daardoor weinig greep op de uitvoering. De aanbeveling is dat er over deze taken in de raden veel meer gepolitiseerd moet worden. 

Een belangrijk onderwerp. Zonder kaders kunnen raadsleden immers niet sturen en niet controleren. Politieke debatten over doelen en inhoud zijn zeker welkom. Te vaak gaat het nu alleen over de financiën en dan ook nog vaak achteraf.

De overheveling van de WMO-zorg, de jeugdzorg en de participatiewet werd op 1 januari 2015 een feit. De wetgever vond dat de gemeenten hierover moesten gaan. Vanuit de mooie gedachte dat de gemeente dicht bij de burgers staat en dus het beste in staat is haar kwetsbare inwoners op een integrale wijze te helpen. Zoveel mogelijk maatwerk en op de individuele situatie gericht in plaats van systeemoplossingen. Wel werd er tevens een forse bezuiniging ingeboekt. 

Een lastige opgave! Gemeenten beslissen als autonome bestuurslaag in theorie zelfstandig over de aan hen toebedeelde taken. Maar in de praktijk en beleving zijn gemeenten allereerst uitvoerder van rijksbeleid en -wetgeving. Dat beperkt de keuzevrijheid voor gemeenten en dus ook de politieke afwegingsruimte voor raadsleden aanzienlijk. Daarom komt politiek – in de betekenis van belangen afwegen en keuzes maken bij schaarse middelen – lokaal soms zo moeizaam van de grond, want om alternatieven te bedenken heb je beleidsruimte nodig. 

Is er wel echt sprake van het loslaten van taken door het rijk? Bij de participatiewet houdt de staatssecretaris niet op over wetsaanpassingen, bijvoorbeeld over de tegenprestatie en de minister van zorg suggereerde onlangs een stelselaanpassing na enkele ernstige incidenten in de jeugdzorg. 

Na 5 jaar blijkt de ideële gedachte achter de decentralisaties daarom beperkt van de grond gekomen. Jeugdzorg is door gemeenten uitbesteed aan nieuwe regionale verbanden. Ook sociale diensten worden veelal in samenwerking uitgevoerd. De uitvoering voltrekt zich veelal buiten het gezichtsveld van de raadsleden en de ruimte voor lokaal beleid is navenant gering. De uitvoering blijft afhankelijk van regionaal of zelfs landelijke georganiseerde professionele zorgaanbieders, die ook hun eigen beroepsstandaarden en agenda hebben. Daarbij komen nog de te beperkte middelen van het Rijk. 

Al die factoren samen maken het voor gemeenten wel heel erg lastig om eigen waarden-volle keuzes te maken. Het is dé uitdaging voor de komende vijf jaar!