GA STEMMEN!

week 14 - 2016

Met de paasdagen waren we weer even samen met onze jongvolwassen kinderen. En natuurlijk kwam het gesprek al snel op het referendum van 6 april over het Associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne.” Wat gaan jullie stemmen”, wilde onze dochter weten. “Gaan jullie eigenlijk wel stemmen?”  En jij dan? “ Ik stem voor”, zei er een met een aantal argumenten. Waarna de ander met al even sterke argumenten zei “natuurlijk” voor te stemmen. ” Nou, ik ga misschien wel helemaal niet stemmen”, klonk het van iemand die mij ook lief is. “Niet omdat ik er geen zin in heb, maar omdat ik het referendum volstrekt idioot vind en hoop dat de opkomst tegenvalt.”

Kortom, alle mogelijke standpunten en strategische benaderingen passeerden de revue. Het referendum bleek in staat ons gezin behoorlijk bezig te houden. En zo zal het in menig ander gezin of familie ook zijn. Dat hoop ik tenminste. Want dat zou het beste zijn om alle scepsis rondom dit referendum te weerstaan.

Ik geef graag toe dat het Associatieverdrag met de Oekraïne niet het meest aansprekende thema voor een referendum is. Tot voor kort heeft niemand in Nederland zich ooit druk gemaakt over dit soort verdragen, behalve de mensen die we hebben gekozen om in de Tweede Kamer ons te vertegenwoordigen. Hierdoor kunnen voor- en tegenstanders wel erg makkelijk in halve, oncontroleerbare waarheden en eenzijdige frames vervallen.

Daarmee dreigt het referendum als nieuw, nog niet zo lang bestaand, democratisch instrument bezoedeld te raken. En dat draagt niet bij tot een actief en positief gebruik van dit democratisch recht in de toekomst. En dat zou bijzonder jammer zijn, want een adviserend referendum kan wel degelijk iets positiefs toevoegen aan ons representatieve democratische bestel.

Waar ik mij bij dit referendum ook wel zorgen over maak, zijn de motieven van de initiatiefnemers die tot dit referendum hebben geleid. Het willen afrekenen met de huidige politieke machthebbers lijkt het belangrijkste motief te vormen. En dan niet zozeer omdat men een aanpassing van het verdrag wil. Maar vanuit een populistische opvatting dat de “politieke elite” een lesje geleerd moet worden of dat “Europa” ter discussie moet worden gesteld. Uit onderzoek (bron: Volkskrant, 30 maart) blijkt dat vooral stemmers op populistische partijen aan de flanken van ons politieke spectrum voor het referendum zijn. Stemmers op partijen die jaren geleden voor het invoeren van een referendum als democratisch instrument waren, hebben juist veel moeite met dit referendum.

Het zegt misschien veel over het negatieve politieke klimaat waarmee we momenteel te maken hebben. Het geloof in ons democratisch bestel lijkt bij een groot aantal Nederlanders minimaal. Voor een goed functionerende democratie is een algemeen vertrouwen in ons democratische systeem, de instituties, de gekozen volksvertegenwoordigers en de bewindslieden echter een absolute voorwaarde. Als dat er niet is, kunnen we een democratie krijgen die met alle winden meewaait. En doet het er ook niet meer toe of we wel of niet van ons stemrecht in de toekomst nog gebruik maken.

Hoe je ook denkt over het referendum van 6 april, ik hoop dat alle Briellenaren van hun stemrecht gebruik gaan maken. Natuurlijk kan het referendum bij een opkomst van minder dan 30 procent formeel genegeerd worden door onze volksvertegenwoordigers in Den Haag. Zowel de “ja” stemmers als de “nee” stemmers zouden dan voor niets naar de stembus zijn gegaan. Maar het zou in mijn ogen vooral een nederlaag zijn voor de democratie. Ik ben namelijk van opvatting dat je altijd van je stemrecht gebruik moet maken. Dat is namelijk een van de pijlers waarop ons democratisch stelsel berust. En ik wil dat ook graag zo houden!