Dominee Mak

week 20 - 2016

Toen ik onlangs bij het echtpaar Lobs in Zwartewaal op bezoek was, om ze te feliciteren met hun 60-jarig huwelijk, viel me een boekje op dat op de salontafel lag. Getiteld “Een halve eeuw Dienst”, geschreven door Ds. C. Mak. Ik herkende het boekje omdat ik wist dat Catrinus Mak de vader is van de bekende publicist Geert Mak. In één van zijn bekendste boeken “De Eeuw van mijn Vader” beschrijft Geert Mak namelijk hoe zijn vader als net afgestudeerd dominee in 1924 zijn opwachting maakte in Brielle. Hij was voorganger van de Gereformeerde Kerk in Brielle en Tinte. De Geuzenkerk was de plaats van samenkomst. Dat dominee Mak zelf ook een boekje had geschreven waarin hij o.a. terugblikt op zijn relatief korte periode van 4 jaar in Brielle wist ik niet.

Ik mocht het boekje lenen en heb het met veel plezier gelezen. De man beschrijft op een innemende, licht-ironische toon wat hij tijdens zijn actieve jaren als dominee en later legerpredikant heeft meegemaakt. Geert Mak heeft zijn schrijftalent niet van een vreemde, zo wordt als snel duidelijk. Zelfs de ervaringen als krijgsgevangene op Sumatra tijdens de Japanse bezetting van het toenmalige Nederlands Oost-Indië worden met een inlevende, maar ook relativerende toon beschreven.

Uiteraard was ik vooral geïnteresseerd in wat hij over Brielle schrijft en over de verschillen tussen de kerkleden in Brielle en Tinte. De huisbezoeken moesten in Tinte na de bietencampagne worden afgelegd, waardoor er vaak per fiets over modderige zandwegen en in het donker moest worden gereden. In Brielle waren de huisbezoeken een stuk makkelijker af te leggen en kon het door het hele jaar. Ook luisterde het zich nauw welk soort sigaren je presenteerde of gepresenteerd kreeg. Kortom, taferelen uit vervlogen tijden.  

De belevenis die het meest is bijgebleven, is de beschrijving van de scheepsramp die het schippersgezin Van Driel overkwam, een binnenvaartfamilie uit Brielle die met vrachtschepen de grote rivieren afvoer. Op de Rijn ging het niet goed en werd een schip van de familie overvaren waarna het direct zonk. Een zoon Van Driel, schoondochter en hun kinderen kwamen daarbij om het leven. Het lichaam van het jongste zoontje werd nooit gevonden. Deze ramp maakte natuurlijk grote indruk in Brielle, zeker toen de kisten met de lichamen een aantal dagen later per boot in Brielle arriveerden en opgebaard werd in het ouderlijk huis. Dominee Mak was er zelf ook zo door overweldigd dat hij de uitvaartdienst door een meer ervaren collega liet voorgaan.

Het deed me ook denken aan de tijd dat Brielle en Zwartewaal aan open zee lagen en van visvangst of scheepsvaart afhankelijk waren. Scheepsongelukken kwamen daardoor ook regelmatig voor. Niet alleen de vis, maar ook de vracht werd duur betaald. Toevallig las ik laatst nog in de Brielsche Courant uit 1895 over een ramp met een vissersboot uit Zwartewaal.  Liefst twee visserssloepen met elk 13 bemanningsleden vergingen in december van dat jaar op de Noordzee. Het jongste bemanningslid was 13 jaar.

Zo’n scheepsramp had uiteraard een enorme impact op de kleine lokale gemeenschappen die Brielle en Zwartewaal toen nog waren. Voor een dominee steeds weer een situatie waarin hij troost moest proberen te bieden, zoals dat ook ongetwijfeld ook gold voor de toenmalige burgemeesters. Bij rampen lijken dominees en burgemeesters immers veel op elkaar, want een arm om de schouder, vertroosting bieden en steun geven behoren tot de kernkwaliteiten van beide beroepsgroepen. Dat was zo, en dat is nog steeds zo.

Bij rampen of ernstige ongelukken zijn dominee, pastoor en burgemeester één in dienstbaarheid. Ik herken daarom geheel dat dominee Mak in de titel van zijn boekje het woord “Dienst” met een hoofdletter vermeld wilde hebben.