Brielle en Brunssum

week 50 - 2017

Het enige dat Brielle gemeen heeft met Brunssum zijn de beginletters. Gelukkig maar, want de politieke verwikkelingen in Brunssum hebben de afgelopen week voor enorme landelijke publiciteit gezorgd. En bepaald niet in positieve zin. De burgemeester is afgetreden, omdat hij een meerderheid in de gemeenteraad er niet van kon overtuigen dat de benoeming van een wethouder grote integriteitsrisico’s met zich meebracht. Inmiddels is het dossier-Brunssum zelfs bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op het bureau beland.  

Uiteraard heb ik de ontwikkelingen in Brunssum vanuit mijn functie met grote belangstelling gevolgd.  Er zijn zeker drie thema’s die deze casus interessant maken. De rol van de burgemeester, het screenen van de integriteit van wethouders en de rol van de gemeenteraad. En ook de context is van belang, want het onderwerp ‘integriteit van het lokaal bestuur’ is de laatste jaren prominent op de maatschappelijke agenda gekomen. Op zichzelf is dat wel een verrassende ontwikkeling. Want lange tijd hebben we immers in Nederland de illusie gehad dat belangenverstrengeling, corruptie, steekpenningen etc. vooral in het buitenland voorkwamen. Nederland staat immers in de top tien van minst corrupte landen ter wereld.

Toch is er de laatste jaren met enige regelmaat in de media aandacht voor integriteit en vermeend belangenverstrengeling in het lokaal bestuur, danwel door raadsleden of wethouders. Ook in Nederland is steeds meer duidelijk geworden dat ook ons gemoedelijke en kleine landje zijn partijtje meeblaast.  

Een burgemeester heeft,  sinds enkele jaren, de wettelijke verantwoordelijkheid gekregen om toe te zien op de integriteit van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. In Brunssum werd duidelijk dat dit vooral een papieren verantwoordelijkheid betreft. Uit de integriteitstoets naar de net benoemde wethouder bleek immers dat er sprake was van een groot integriteitsrisico. Voor de meerderheid van de gemeenteraad was dit echter geen enkele reden om de benoeming ongedaan te maken. Voor de burgemeester werd duidelijk dat hij in zo’n geval geen enkel middel heeft om de integriteit te handhaven. En hij zijn verantwoordelijkheid op dit punt niet kan waarmaken. In het geval van Brunssum leidde dit tot het aftreden van de burgemeester en leidde het daarmee in feite tot het onbestuurbaar worden van de gemeente.   

Ik prijs mijzelf als burgemeester gelukkig dat Brunssumse toestanden in Brielle niet aan de orde zijn. Integriteit is een thema waar we met de hele gemeenteraad periodiek al veel aandacht aan schenken. Vooral om de bewustwording van wat wel en niet zou moeten kunnen te vergroten. En om elkaar aan te kunnen spreken, als we denken dat raadsleden niet helemaal onafhankelijk kunnen zijn in hun oordeelsvorming bij sommige onderwerpen. Integriteit zal ook in de nieuwe raadsperiode een belangrijk aandachtspunt blijven. Onlangs is daarom ook in Brielle besproken om de kandidaat-wethouders een integriteitstoets te laten ondergaan, alvorens ze kunnen worden benoemd als wethouder door de raad. Een voorstel daarover ligt binnenkort in de gemeenteraad.

Brielle en Brunssum hebben behalve de beginletters weinig gemeen. Ik wou dat ook maar zo houden!