Beste vriend

week 33 - 2015

De afgelopen periode is de politie veelvuldig in de media aan de orde geweest. Bijvoorbeeld door de cao acties voor een betere beloning en de moeizame organisatieveranderingen vanwege de vorming van de nationale politie. Maar ook waren er enkele bijzondere incidenten waar politie-optreden zwaar ter discussie werd gesteld, met de arrestatie met dodelijk gevolg van Mitch Hernandez in Den Haag als dieptepunt. Het leidde daar tot dagenlange demonstraties en opstootjes. Ook de stevige veroordeling van een agent voor het onterecht hanteren van het vuurwapen met dodelijke afloop, gaf aanleiding tot veel commotie. 
Als burgemeester die veel met de politie samenwerkt, heb ik met de individuele politieagenten te doen. Ik ervaar de gemiddelde agent namelijk niet anders dan zeer betrokken, zeer nauwgezet en keihard werkend om hun belangrijke maatschappelijke taak goed uit te voeren. En dat soms onder zeer moeilijke omstandigheden en in situaties die heel  veel incasseringsvermogen vereisen: verbale agressie, geweld en hevige overlast op straat of in de huiselijke sfeer, ernstige ongevallen, grote verkeersproblemen etc. En iedere keer als er 112 wordt gebeld, denken we dat de politie de zaak wel oplost.

Door de langdurige en nog lang niet afgeronde reorganisaties lijkt de werkdruk bij de politie bovendien fors te zijn toegenomen. Een deel van de formatie is nog steeds niet ingevuld, waardoor agenten meer weekend- en nachtdiensten moeten draaien, hoor ik onze regionale politiemensen zeggen. Wat mij betreft mogen de politieagenten daarom best meer gaan verdienen en wordt het hoog tijd dat het Kabinet met een beter aanbod komt dan een salarisverhoging die deels uit eigen zak (pensioen) moet worden betaald.

Ondanks mijn grote waardering voor de politie en het werk dat ze verrichten, heb ik als burgemeester toch ook wel zorgen. Het proces van de  vorming van de nationale politie duurt ondertussen wel heel lang en gaat volgens berichten in de media zelfs meer tijd in beslag nemen dan de 5 jaar die er voor uit waren getrokken. Het is een majeure veranderingsoperatie die tijd nodig heeft. Maar ondertussen beginnen de gemeenten wel de effecten van die langdurige veranderingen en onrust te merken. Onze indruk is ook dat de politie steeds meer uitvoeringstaken aan de gemeenten overlaat. Met name als het gaat om verkeershandhaving en toezicht in het drukke zomerseizoen op Voorne, laat de politie steken vallen.

Dat heeft de drie burgemeesters van Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne deze week doen besluiten om een brief naar de korpsleiding in Rotterdam te sturen waarin we onze zorgen uitspreken over de capaciteit die de politie voor Voorne beschikbaar heeft in de zomerperiode. Waar in andere regio’s de vakantieperiode juist reden kan zijn tot afschaling, is dat op Voorne natuurlijk allerminst het geval. De tienduizenden extra vakantiegangers en dagrecreanten die hier verblijven en de relatief vele grote evenementen die in de Voornse gemeenten plaatsvinden, vragen juist om extra politie-inzet.

Gelukkig hebben we in Brielle te maken met een vrij rustig en gematigd criminaliteitsbeeld. De halfjaarcijfers zijn zelfs nog iets beter dan vorig jaar, toen de cijfers ook al daalden. Maar dat willen we natuurlijk ook graag zo houden. De ernstige gevallen van vandalisme en tientallen auto’s die onlangs in Brielle zijn beschadigd of de auto-inbraken die zich soms voordoen kunnen immers alleen door voldoende politie- en recherche inzet  aangepakt worden.

Het vertrouwen in de politie als onze beste vriend is wat mij betreft nog ongeschonden. Maar iets meer zekerheid over het perspectief van voldoende blijvend beschikbare en inzetbare capaciteit op Voorne zou mij zeker gerieven.